Verslag Buren Vertellen over het GWL-terrein

21 jaar GWL bij Buren vertellen

Dat het geen Eco-wijk is, of Milieuwijk, of Waterwijk, of Gemeentewaterleidingbedrijf, maar kortweg GWL, dat hebben Diego Pos en Jan Willem Kluit wel duidelijk gemaakt. GWL is gewoon de eigen naam van die eigenwijze wijk aan de rand van de Staatsliedenbuurt. 600 woningen die samen een groene enclave vormen in de drukke stad. De gastsprekers van deze editie van Buren Vertellen namen ons mee op de lange aanloop die begon toen enkele leden van de Wijkraad eens poolshoogte gingen nemen achter de metershoge muur aan de westkant van de Van Hallstraat. Het Gemeentelijk Waterleidingbedrijf was grotendeels buiten werking gesteld door nieuwe technologie. Ze troffen een complex aan van bijzondere gebouwen, en grote waterkelders.

Het is niet vreemd dat vanuit het linkse bolwerk dat de Staatsliedenbuurt was – en nog steeds is – van meet af aan het idee postvatte om er een nieuwe wijk te bouwen die zou voldoen aan de hoogste milieunormen. Dus volledig autovrij. Duurzame materialen. Hergebruik. Goed geïsoleerd. Weinig verharding, veel groen, moestuinen en fruitbomen. Maar ook financieel haalbaar: dus dezelfde hoge dichtheden als de oude buurt. Projectontwikkelaars durfden het niet aan: een woning zonder parkeerplek werd onverkoopbaar geacht. Dus bouwden de corporaties ook de vrije sector. Met succes: na een week meldden zich 4000 geïnteresseerden.

De oplossing was een omkering van het dichte bouwblok met een groen binnenterrein: een compact bouwblok met rondom groen. Waardoor de bouwvolumes midden in het groen kwamen te staan. Mooi om te zien op de talloze reportagefragmenten die Diego en Jan Willem hadden opgediept dat al die zaken die nu doodgewoon zijn toen nieuw en bijzonder waren. Zoals groene daken en heel veel milieubesparende techniek zoals warmtekrachtkoppeling. Veel opvang van regenwater direct in het groen: nu noodzaak door de klimaatverandering. Toen onderdeel van het totaal. Achteraf gezien visionair. Dat geldt niet voor alles. Het grijswater (regenwater voor toiletspoeling) werkt grotendeels nog, maar de milieuwinst is achteraf gezien marginaal: het regenwater wordt onder de bouwblokken opgevangen, maar moet dan weer ophoog gepompt naar de woningen. En de spartaanse woningindeling die het installeren van een ligbad onmogelijk moest maken blijkt volop gesaboteerd met flink wat breekwerk. Heel erg jammer, achteraf gezien, is dat het voorstel voor een gasloze wijk niet is doorgezet. Hoeveel verbeeldingskracht de initiatiefnemers ook hadden: geen gasaansluiting was een brug te ver.

Dat het GWL een kind van zijn tijd is, blijkt ook wel uit de experimentele architectuur. Vrijwel geen enkele woningplattegrond is hetzelfde en de afkeer van portiekflats en van galerijen leidde in een aantal blokken tot heel veel trappen. Iedereen een eigen voordeur op straatniveau, met daarachter een trap tot soms wel driehoog. De architecten waren jong – en veelbelovend – net als de aspirant bewoners die meedachten. Trappenlopen was geen issue. Er is één woonblok voor ouderen, met gelijkvloerse appartementen en liften, maar het idee dat veel bewoners er tot op hun oude dag zouden blijven wonen speelde toen geen rol.

Kortom: niet alle ideeën doorstonden de tand des tijds. Maar de stedenbouwkundige structuur met een hoge wand rondom om een mild binnenklimaat te scheppen is al veelvuldig gekopieerd zoals bij Het Funenpark. Een groot verschil is dat Het Funenpark meer lijkt op een campus met uitgestrekte grasvelden zonder eigen tuintjes waar de heggen, voortuintjes en moestuintjes op het GWL kneuterig tegen afsteken. Door stedenbouwkundige Kees Christiaans met opzet zo bedacht bleek uit een filmfragment omdat het “praatje over de heg” van groot belang is voor de sociale cohesie.

In de zaal zaten dan ook veel GWL-bewoners, duidelijk trots op hun wijk. En ook niet vies van zelfspot zoals we op de filmpjes van de “eco-inspectie” konden zien. Spannend bleek het wel te zijn geweest toen in enkele blokken bewoners op de bovenste etage er nog een toplaag op wilden bouwen bij gezinsuitbreiding. Het bestemmingsplan staat het toe, maar het verlies van een beetje zonlicht bij de overburen smoorde de plannen in de kiem.

Gelukkig blijkt Café Restaurant Amsterdam in het voormalig pompgebouw op vrijdagmiddag een heel geschikte plek om de plooien glad te strijken met een drankje en hapje. Waar ook heel veel jeugd van het GWL zijn eerste stappen zet in een baantje in de horeca, wat niet zelden leidde tot een bijbaan in horeca elders in de stad tijdens de studie. Het is niet ondenkbeeldig dat op korte termijn de eerste GWL-kinderen zich er weer gaan vestigen als bewoner. Want het percentage huurwoningen – destijds opvallend laag met 50%, nu hoog – is vrijwel op peil gebleven. Dus het GWL blijft ook voor huurders nog steeds aantrekkelijk. Mits je een eigen auto uit je hoofd zet. De wachttijd voor een parkeervergunning – het GWL is een apart parkeervergunninggebied – bedraagt 20 jaar! Maar dat blijkt – nog steeds – geen enkel belemmering.

Wat helpt bij de sociale samenhang is een koepelvereniging waar alle bewoners, zowel kopers en huurders, een klein bedrag per maand bijdragen, waar een eigen beheerder uit kan worden betaald die niet alleen toeziet op het schoon en autovrij houden van de wijk, maar hand- en spandiensten verleent bij alle sociale activiteiten: het inmiddels overbekende voetbaltoernooi, de appeloogst (er staan veel fruitbomen op het terrein) en het appeltaartbakfestijn, de vrijmarkt en de talloze buurtbarbecues en andere feestjes van elk blok.

Door dat laatste onderscheidt het GWL zich van alle andere wijken in de stad. Een constante bewonerstevredenheidscore van 8,2: duurzaam hoogste van de stad. Het autovrije terrein maakt het een paradijs voor kinderen om te spelen, met heel veel beschutting van de heggen, en triggert daarmee ook veel contacten tussen ouders. Er ontstaan levenslange vriendschappen. Ook van betekenis bij tegenslag. Als iemand zorg behoeft, is een goede buur hier nooit ver weg. De participatiesamenleving waar het kabinet van droomt is hier alledaagse werkelijkheid. Meer investeren in compacte, autovrije wijken helpt misschien wel meer dan investeren in de zorg.

Dick Jansen